The Voices of Bilthoven

Avond – Boudewijn de Groot


NU HOEF JE NOOIT JE JAS MEER AAN TE TREKKEN
EN TE HOPEN DAT JE LICHT HET DOET
LAAT BUITEN DE STORMWIND NU MAAR RAZEN IN HET DONKER
WANT BINNEN IS HET WARM EN LICHT EN GOED
HAND IN HAND NAAR BUITEN KIJKEN WAAR DE REGEN VALT
IK ZIE HET VUUR VAN HOOP EN TWIJFEL IN JE OGEN
EN IK KEN JE DIEPSTE ANGST

REFREIN:
WANT JE (CA, MS2, S2: OEHHOE) KUNT NIETS ZEKER WETEN EN ALLES GAAT VOORBIJ
MAAR IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ

EN ALS JE ’S MORGENS OPSTAAT BEN IK BIJ JE
EN MISSCHIEN HEB IK AL THEE GEZET
EN ALS DE ZON SCHIJNT BUITEN GAAN WE LOPEN DOOR DE DUINEN
EN ALS HET REGENT GAAN WE TERUG IN BED
UREN LANGZAAM WAKKER WORDEN, ZWEVEND DOOR DE TIJD
IK ZIE HET LICHT DOOR DE GORDIJNEN EN IK WEET;
’T VERLEDEN GEEFT GEEN ZEKERHEID

REFREIN:
WANT JE KUNT NIETS ZEKER WETEN EN ALLES GAAT VOORBIJ
MAAR IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ
IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ

IK DOE DE LICHTEN UIT EN DE KAMER WORDT NU DONKER,
EEN STRAATLANTAARN BUITEN GEEFT WAT LICHT
EN DE DINGEN IN DE KAMER WORDEN VRIENDEN DIE GAAN SLAPEN,
DE STOELEN STAAN TE WACHTEN OP ’T ONTBIJT
EN MORGEN WORD IK WAKKER MET DE GEUR VAN BROOD EN HONING,
DE GLANS VAN ’T GOUDEN ZONLICHT IN JOUW HAAR (CA,MS2,S2: OEHOEHOEHOEHOEHOEHOE)
EN DE DINGEN IN DE KAMER, IK ZEG ZE WELTERUSTEN, (CA,MS2,S2: OEHHOEAAAAAH)
VANAVOND GAAN WE SLAPEN EN MORGEN ZIEN WE WEL.

MAAR DE DINGEN IN DE KAMER ZOUDEN LEVENLOZE DINGEN ZIJN ZONDER JOU

REFREIN:
EN JE KUNT NIETS ZEKER WETEN, WANT ALLES GAAT VOORBIJ.
MAAR IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF,
IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ.
IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ
EN JE KUNT NIETS ZEKER WETEN, WANT ALLES GAAT VOORBIJ.
MAAR IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ.
IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF, IK GELOOF IN JOU EN MIJ